Ontslag

André van Deijk

De kwaliteit van ondernemen

6 maart 2014 | André van Deijk | Onlangs interessante opmerkingen gezien in een programma van de VARA (EZ) dat ging over de versoepeling van het ontslagrecht. Ik moet toegeven, degene die de opmerkingen maakte is wat je noemt een “usual suspect”, iemand van wie je opmerkingen mag verwachten als het hierover gaat: prof. dr. Alfred Kleinknecht van de TU Delft. Dat maakt zijn opmerkingen trouwens bepaald niet minder waardevol.

In feite zegt hij dat versoepeling van het ontslagrecht – net als de voortdurende loonmatiging trouwens – de kwaliteit van ondernemen onder druk zet. Nog afgezien van het feit dat onze arbeidsmarkt best al wel flexibel is, leidt de versoepeling van het ontslagrecht ertoe dat ondernemers minder innoveren en minder investeren in het verhogen van de productiviteit. De voorsprong die Nederland daarin ooit had is al als sneeuw voor de zon verdwenen.

Eigenlijk wordt het ondernemers zo makkelijk gemaakt de oplossing van een probleem te zoeken in het vervangen en ontslaan van mensen, dat zij geen prikkel meer krijgen om op een andere manier tot betere resultaten voor hun onderneming te komen. Even lekker kort door de bocht: ondernemers kiezen in veel gevallen de gemakkelijkste weg. Men zoekt naar de oplossing met de minste weerstand. Als gezegd: het verlagen van de druk aan de personeelskant leidt ertoe dat er minder wordt geïnvesteerd in mensen en dat er minder slim gebruik gemaakt wordt van hun arbeid.

Boeiend! Waarom? Omdat ondernemers (nu ja, mensen die een bedrijf leiden, al dan niet voor eigen rekening) blijkbaar nog steeds te weinig aangesproken worden op de kwaliteit van hun ondernemen, anders dan via hun financiële resultaten. Heel veel profit, ietsjes meer planet (een groene waas), maar veel te weinig people. Ook niet door toezichthouders, zo lijkt het. Daarbij helpt het natuurlijk niet dat de vakbonden in veel gevallen hun rol kwijt zijn geraakt, of op zijn minst zonder tekst zitten. En wij met zijn allen in de zaal zijn gaan zitten. Als toeschouwer. Het is een beetje leeg op het toneel als het om people gaat.

Want ook de medezeggenschap speelt zijn rol niet met verve. Het komt natuurlijk voor dat ondernemingsraden, vaak een beetje schuchter, de vinger opsteken en vragen of het ook mogelijk zou zijn om in plaats van te snijden in personeelskosten, de opbrengst te vergroten door meer en beter te ondernemen. Door innovatie misschien, of hogere productiviteit en slimmer werken? Of andere producten? Maar echt doorvragen, dat gebeurt denk ik veel te weinig. De rekening komt in de meeste gevallen toch gewoon terecht bij de vloer.

Daarom mijn voorstel: laten we de kwaliteit van ondernemen eens (wat hoger) op de agenda van de medezeggenschap zetten.
Laten we eens extra goed kijken naar investeringen en innovaties of waarschijnlijker, het gebrek daaraan. Laten we wat kritischer zijn bij reorganisatieplannen die alleen gaan over snijden, snijden en nog eens snijden. Gericht op zeer korte termijn, financiële resultaten. En met een hogere maatschappelijke rekening. Laten we eens kijken naar de kwaliteit van ondernemen als factor in het profiel van die nieuwe bestuurder waarover advies wordt gevraagd. En in zijn of haar staat van dienst. Laten we, om te beginnen, als medezeggenschap eens nadenken over wat de kwaliteit van ondernemen wat ons betreft eigenlijk is. En dan eens kijken wat de mogelijkheden zijn om die in het kader van medezeggenschap op de agenda te krijgen van overleg met bestuurders en toezichthouders. Er zijn zoveel aanknopingspunten.

Dat zou zomaar eens tot verrassende inzichten kunnen leiden. In ieder geval tot een boeiend gesprek. En hopelijk tot slimmere en betere oplossingen als het gaat om bedrijfsvoering en de keuzes die er worden gemaakt als het om de mensen gaat die er werken.

Auteur André van Deijk is consultant bij GITP OR Consulting
Deze blog is eerder gepubliceerd op orinformatie.nl