Inzetbaarheid

Van hier naar daar

Naar een nieuwe kijk op inzetbaarheid (1)

De wereld verandert, ook in het werk. Niet overal gaan de veranderingen even snel, maar je merkt het dagelijks. Sommige collega’s anticiperen daarop, anderen benen goed bij, en weer anderen haken in, vaak zonder het in te zien.

Dat we langer kunnend doorwerken dan twintig jaar geleden, hebben we te danken aan de gestegen levensverwachting, het relatief hoge huidige opleidingsniveau en en het toenemend gezondheidsbewustzijn. Dat “kunnen doorwerken” is inmiddels vertaald in een “moeten doorwerken”, maar daar gingen wij geloof  ik niet over.

“Inzetbaarheid” is van belang, omdat we in een veranderende wereld langer moeten doorwerken. En economisch gezien zou het wel heel plezierig zijn als deze extra gewerkte jaren de samenleving meer konden opleveren dan ze kosten.

Blijvende inzetbaarheid
Hiermee is het thema geschetst waarnaar ik meerdere onderzoeken heb gedaan: mijn proefschrift Blijvende inzetbaarheid in langere loopbanen (2010), en een nog niet gepubliceerde serie vervolgonderzoeken. De kernvraag was: hoe blijven werkenden, op latere leeftijd en in een langere loopbaan, in doen en denken van actuele en relevante waarde in stabiele of in veranderende omstandigheden?In dit feuilleton probeer ik jullie mee te nemen naar een nieuwe kijk op inzetbaarheid; mijn onderzoeken leverden onverwacht veel nieuwe en afwijkende inzichten op.

Het begint met de definitie van inzetbaarheid. Er zijn er vele, en ze vormen een rijk palet. Ze variëren van heel nauwe accenten op aspecten van gezondheid tot heel brede uitwerkingen van strategsch HRM. Allemaal relevant, maar ook verwarrend. Ik Heb geprobeerd wat focus aan te brengen door inzetbaarheid te definiëren als: het vermogen om prestaties te leveren die er hier en nu toe doen. Je bent alleen inzetbaar als je in staat bent om prestaties te leveren die hier en nu van waarde zijn. Wat je gisteren aan waarde kon brengen, is voor inzetbaarheid nú niet van belang. En morgen dan, en daar dan? vraag je je misschien af. Zijn de prestaties die je morgen en daar kunt leveren niet ook van belang voor inzetbaarheid?

“Daar” wordt vanzelf “hier”
Het antwoord is genuanceerd maar eenvoudig. Dat “morgen” komt is zeer waarschijnlijk, en als je naar “daar” gaat, dan ben je dadelijk weer “hier”. Anders gezegd: tussen het “hier en nu” van hier en nu en het “hier en nu” van daar en dan kunnen momenten zitten die vragen om ontwikkeling (= aanleren plus afleren). Maar wát voor ontwikkeling dat vraagt, is veel minder goed voorspelbaar dan we lang dachten, zo blijkt uit onder andere de crisis van de afgelopen jaren. Je kunt dus beter alert blijven, en “morgen” en “daar” opnieuw bezien wat dán “hier en nu” van belang is.

Het vermogen om prestaties te leveren die er hier en nu toe doen, inzetbaarheid dus, vraagt om:

  • beschikbaarheid (als je niet wilt of kunt werken, ben je niet inzetbaar)
  • belastbaarheid (energie inzetten en belasting verdragen)
  • motivatie om daadwerkelijk aan de slag te gaan
  • kennis, vaardigheden en attitudes om de taak juist uit te oefenen (=competentie)

De wereld verandert
Ben je er hiermee? Natuurlijk niet, de wereld verandert immers. Met name competenties vragen om blijvende ontwikkeling. Hoe doe je dat? Training en opleiding, mobiliteit en gezond werken vormen voldoende basis voor blijvende inzetbaarheid. Dat hebben we althans lang  “geweten”, en vrijwel alle modellen van blijvende inzetbaarheid zijn daarop gebaseerd. Uit mijn onderzoeken blijkt het toch om andere dingen te gaan, en daarover gaat de volgende aflevering. See you next week!

dr Felix Steemers is zelfstandig gevestigd bedrijfspsycholoog te Gemert, gespecialiseerd in de tweede loopbaanhelft. Werkzaamheden: counseling, training, master classes blijvende inzetbaarheid.

Op PW de Gids Vakbase leest u ook over meetbare duurzame inzetbaarheid.