Binden en boeien

Van ‘binden en boeien’ naar ‘vinden en groeien’

Als pas afgestudeerde wordt er weer om je gevochten. Met flitsende recruitmenttools word je geworven en eenmaal binnen wordt alles uit de kast gehaald om je te behouden. Enige terughoudendheid bij deze juichstemming is wel geboden, waarschuwt Jan Leget.

Werken is nog nooit zo fijn geweest. Het leven van een werknemer anno 2007 gaat werkelijk over rozen. Heb je zojuist de (hoge)schooldeur achter je dicht getrokken of ben je kersvers de universiteitspoort uitgewandeld: de werkgevers verdringen zich op beurzen, internet en in andere media en staan rijendik om je hun organisatie binnen te loodsen. Het enige lastige is dat het aantal unieke en geweldige werkgevers evenredig toeneemt met de steeds krappere arbeidsmarkt.
Via deelname aan een managementgame of op basis van een assessment onder de Caribische zon lijkt de date met de oer-Hollandse aspirant-werkgever tot de perfect match te kunnen leiden. Wát een bedrijf, wie zou daar nou niet willen werken… Toch komt het erop aan je niet te snel laten verleiden, enige terughoudendheid levert minstens enkele extra employee benefits op. En eenmaal bij zo’n bedrijf onder dak, kun je het geluk helemaal niet meer op. Na de introductie op de werkplek volgt op het career centre een elitair traineeship (‘osm’ versus ‘dsm’). Vervolgens wordt je ‘empowered’ en wel tegen een vorstelijke beloning met de nodige meerkeuzeopties op een coachende wijze begeleid met daarbij een ruime inbreng voor regelmatige wederzijdse feedback en interactie.

Of en hoelang de flitsende organisatie inderdaad de sprankelende fluoridetandpasta glimlach volhoudt, is nog maar de vraag (“the proof of the pudding is… “). Maar zodra je merkt dat jouw daar al veel langer bivakkerende collega’s zich door jouw passende arbeidsvergoeding, twee leaseauto’s, wekelijkse kap- en stoelmassage-beurt en etentjes met de baas (“… in the eating”) toch wel enigszins gepasseerd voelen, dan is het misschien raadzaam om voor een moment ‘pas op de plaats’ te maken. Even de oogkleppen af en de focus anders ingesteld.

Is deze organisatie inderdaad die gestroomlijnde limousine die ze pretendeert te zijn? Kloppen hoe de organisatie naar buiten ‘bekt’ en ‘het smoel’ dat daarbij naar voren komt met de dagelijkse uitstraling van de eerder genoemde collega’s? Of heeft de organisatie wat nader beschouwd meer weg van een Januskop met MPS? Wat hebben werkgever en werknemer elkaar werkelijk te bieden? Weet de werknemer hoe en waarin hij of zij zich verder wil ontwikkelen? Past die ambitie bij de mogelijkheden die de organisatie biedt? En waar blijkt dit uit?

Goed werkgeverschap (en werknemerschap) begint bij weten wat je wil en proberen in te schatten waar de ander behoefte aan heeft. Als werkgevers en werknemers zich daar welgemeend en proactief op richten, zichzelf blijven en aanspreekbaar zijn, dán pas kan er een succesvolle date plaatsvinden. Daaruit hoeft niet bij voorbaat een voorspelbaar huwelijk te volgen dat zeker een aantal decennia zal standhouden. Wél een eerlijke, sprankelende, zich continue ontwikkelende relatie. Boeien en bindingen mogen af: het grote zoeken, vinden en groeien is begonnen!