Nieuws

Personeelsplanning in de zorg

Waarom verlaten vrouwen de arbeidsmarkt?

Het aandeel vrouwen op de arbeidsmarkt stijgt al jaren. Maar in 2014 trokken de dames zich juist terug. Hoe komt dat?

Steeds meer vrouwen namen in de periode 1998 tot 2013 deel aan de arbeidsmarkt. Maar eind 2013 kwam er een einde aan deze stijging en daalde het aantal werkende vrouwen voor het eerst licht. In de eerste drie kwartalen van 2014 kwam daar nauwelijks verandering in. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Volgens het statistiekbureau komt deze ontwikkeling vooral door het feit dat steeds meer vrouwen zich terugtrekken van de werkvloer. Meestal door een studie of ziekte.

Aantal vrouwen op werkvloer loopt terug
De economische crisis heeft een licht effect op de arbeidsdeelname van mannen gehad. Deze nam af van 79,4 procent begin 2008 naar 78,3 procent in 2011. In de jaren daarna bleef dit vrijwel stabiel. Onder vrouwen steeg de arbeidsdeelname ook in de crisisjaren gestaag door, tot 65,6 procent in het derde kwartaal van 2013. Het aandeel werkende vrouwen bleef echter gelijk, zoals ook blijkt uit de Emancipatiemonitor 2014. Sindsdien is onder vrouwen de arbeidsdeelname enigszins teruggelopen.  Deze bevindt zich in 2014 al drie kwartalen onder de 65 procent.
Wat betreft gendergelijkheid staan Nederlandse vrouwen wereldwijd op de eerste plaats, blijkt uit een eerdere Gendergelijkheidslijst van de Verenigde Naties. Een van de belangrijkste peilers waar de cijfers op gebaseerd zijn, is de arbeidsparticipatie van vrouwen in de beroepsbevolking.

Uitstroom groter dan instroom
De lichte daling van arbeidsdeelname onder vrouwen sinds eind 2013 komt doordat meer vrouwen de arbeidsmarkt verlieten dan er toetraden. Vooral in het vierde kwartaal waren er relatief veel vrouwen die geen werk meer hadden of niet meer op zoek waren naar werk. Ook in het daaropvolgende halfjaar was de instroom in de beroepsbevolking niet groter dan de uitstroom. In het derde kwartaal komen schoolverlaters op de arbeidsmarkt en is het saldo van in- en uitstroom doorgaans positief.

Afhaken vanwege studie of ziekte
Ruim acht op de tien vrouwen die in het derde kwartaal van 2014 niet actief waren op de arbeidsmarkt wilden ook geen betaalde baan hebben. Opleiding of studie (>PW De Gids) is daarvoor de meest genoemde reden. Ook de toename van het aantal niet-actieve vrouwen vanaf het vierde kwartaal van 2013 komt deels doordat meer vrouwen aangeven een opleiding of studie te (gaan) volgen. In de voorafgaande jaren daalde dit aantal nog. Opvallend is dat ziekte of arbeidsongeschiktheid vaker als voornaamste reden om niet te werken wordt genoemd. Mogelijk houdt dit verband met de afname van het aantal vrouwen dat vanwege pensioen of hoge leeftijd geen baan ambieert. In beide gevallen gaat het namelijk vooral om vrouwen van 55 jaar en ouder.