Nieuws

Robotisering

Waarom willen we robots: 5 redenen

Nederland automatiseert – maar waarom eigenlijk? Waarom zou je machines, of zelfs robots inzetten als je het werk ook kunt laten doen door mensen?

Econoom Ronald Dekker onderzoekt de motieven van werkgevers. Hij bespreekt de resultaten binnenkort tijdens het congres Robotisering & werk en licht alvast een tip van de sluier op.

Een tijdje geleden raakte Ronald Dekker aan de praat met een vakbondsman in de Rotterdamse havens. De man was zeer kritisch over robotisering, en hij richtte zijn pijlen vooral op de nieuwe, geautomatiseerde containerterminal in Maasvlakte 2. “Volgens de fabrikant kon die meer containers afhandelen dan de oude terminals”, zegt Dekker. “Maar helaas … die systemen zijn nooit zo slim als in de folder. Die vakbondsman vertelde dat een deel van de lading nu naar Antwerpen gaat, omdat ze daar flexibeler zijn. Oorzaak: daar werken ze nog met mensen, en minder met machines.”

Werk dat wordt overgenomen door robots, het heeft Dekkers speciale interesse. Hij doet onderzoek naar de beweegredenen van bedrijven om met robotisering aan de slag te gaan – en de resultaten zijn soms verrassend. Kijk naar de vijf hoofdredenen hieronder.

1. Robots zijn goedkoper

Voor Dekker is dat een voor de hand liggende, want als econoom gaat hij ervan uit dat werkgevers rationeel handelen. “Oké, bij die containerterminal in Rotterdam zag je de nodige kinderziektes, maar bedrijven nemen die vaak voor lief. Want ze realiseren zich dat er op termijn wel degelijk voordelen vallen te behalen. Nee, een machine is per uur misschien niet goedkoper dan een medewerker, maar hij maakt wel ieder etmaal 16 uur extra. Zonder overwerkvergoeding, zonder risico op burn-out. Daar zit hem de potentiële winst.”

TIP: Meer weten? Kom naar het congres Robotisering & werk op 16 juni

2. Ze leveren hogere kwaliteit

We moeten het onder ogen zien: sommige dingen kunnen machines gewoon beter. Volgens Dekker geldt dat vooral als het aankomt op precisie. “Er is al goed onderzoek gedaan naar de uitgifte van medicijnen. Daarbij maken machines gewoon minder fouten. Hetzelfde geldt voor een puntlassende robot. Die geef je gewoon een paar platen staal en die last die beter en sneller in elkaar dan welke werknemer dan ook. En zoals gezegd: dat ook nog eens 24 uur per dag.”

Volgens Dekker is het van belang om de fouten van mens en machine eerlijk met elkaar te vergelijken. “Natuurlijk, als dadelijk de eerste ongevallen plaatsvinden met zelfsturende auto’s, zullen mensen roepen dat die dus maar van de weg moeten. Maar nu al maken die auto’s niet méér fouten dan menselijke bestuurders – zelfs in de binnenstad van Amsterdam. Over vijf jaar ligt die verhouding waarschijnlijk nog veel gunstiger.”

3. Ze doen vervelend, vies en gevaarlijk werk

Ook een chemicaliënopslag moet worden schoongemaakt. En daar liggen volgens Dekker kansen voor een robot. “Die is niet onder de indruk van alle giftige dampen en bijtende vloeistoffen. Die zal niet arbeidsongeschikt raken of een schadeclaim indienen. Hetzelfde geldt voor robots die bommen onschadelijk moeten maken, of die mijnenvelden in kaart moeten brengen. En in de toekomst zullen die robots ook worden ingezet bij het ontstoppen van smerige riolen. Veel gemeentes zullen daar hun mensen niet meer mee willen belasten.”

4. De buurman heeft ze ook

Zoals gezegd, Dekker is econoom en hij gaat er dus vanuit dat werkgevers rationeel handelen. Maar de laatste jaren is hij gaan twijfelen. “Soms zijn managementbeslissingen ronduit irrationeel. Je ziet dat sterk bij de flexibilisering, wat vaak geldt als het voorportaal van de automatisering. Jaren geleden zat ik aan tafel met een HR-directeur die vol trots vertelde dat hij een flexibele schil had van 40%. Toen ik vroeg waarom hij daartoe besloten had, kwam hij daar niet goed uit. Andere bedrijven deden het ook, dat was eigenlijk alles. Een paar jaar later bleek dat hij zich nog eens achter zijn oren had gekrabd en die flexibele schil op een aantal punten had gereduceerd.”

5. We willen vooroplopen

Bijna kinderlijk technologie-enthousiasme. Dekker komt het in zijn onderzoek regelmatig tegen. “Dan hoor je uitspraken als: ‘Kijk nou eens wat er allemaal kan!’ Of: ‘Wij willen vooroplopen!’ Begrijp me goed, voor Nederland als geheel is die drang om voorop te lopen, te willen innoveren, buitengewoon nuttig. Want koplopers krijgen te maken met kinderziektes, en die kinderziektes overwinnen, dat is voor de economie van ons land erg belangrijk. Aan de andere kant: voor een individueel bedrijf is het soms rationeler om die koppositie te gunnen aan de concurrent. En pas in te stappen als alle kinderziektes zijn overwonnen.”

Haven

Terug naar de Rotterdamse haven. Want die geautomatiseerde containerterminal leert ons volgens Dekker een belangrijke les: “In de toekomst zet robotisering zeker door, maar het is de vraag hoe snel dat zal gaan. Wij mensen overschatten de vaardigheden van robots en onderschatten onze eigen intelligentie, en vooral onze flexibiliteit en ons sociaal instinct. Vastomlijnde taken zijn goed te automatiseren. Maar flexibel inspelen op veranderingen, of de stemming peilen in je team – dat blijft lastig.”

Ronald Dekker is keynote speaker op het congres Robotisering & werk – De match tussen mens en machine, op donderdag 16 juni 2016 in SuperNova, Jaarbeurs Utrecht. Lees meer over zijn sessie Robotisering: we doen het zelf!

Meer lezen over robotisering en werk? Bekijk hier het dossier.