Human Capital

Werknemer verliest waarde door breuk in loopbaan

Werkgevers tonen zich weinig vergevingsgezind wanneer een werknemer tijdelijk stopt met werken door ontslag of de geboorte van kinderen. De kennisachterstand die iemand daardoor oploopt, zorgt ervoor dat terugkeer op het oude niveau zelden lukt.

Hoe langer de periode dat iemand niet werkt duurt, hoe moeilijker het wordt om een nieuwe baan te vinden. Ook een kleine deeltijdbaan zorgt ervoor dat de vakkennis van de werknemer roestig wordt, zo blijkt uit het onderzoeksrapport ‘Depreciatie van menselijk kapitaal’, dat het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) samenstelde in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Verlies
Dit rapport gaat in op de ontwikkeling van menselijk kapitaal gedurende de levensloop. In het ROA-onderzoek wordt vooral gekeken naar de ontwikkeling van dit menselijk kapitaal na een loopbaanonderbreking vanwege zorgtaken of een periode van werkloosheid. Als vrouwen door het krijgen van kinderen stoppen met werken, kan dat verlies van menselijk kapitaal betekenen. En hoe langer dat duurt, hoe moeilijker het is om een baan te vinden. De nieuwe baan is bovendien vaak van een lager niveau.

Dat wil overigens niet zeggen dat moeders hun arbeidsmarktervaring helemaal te niet doen door hun carrière te onderbreken. Als zij al een aantal jaren ervaring hebben, kan dat opwegen tegen het negatieve effect van de loopbaanonderbreking. ‘Dit suggereert dat de vaardigheden die opgedaan zijn in de vorige baan niet geheel verloren gaan indien vrouwen zich voor een al dan niet langere tijd terugtrekken uit betaalde arbeid om voor hun kinderen te zorgen’, aldus de onderzoekers.

Hoe jonger hoe slimmer?
Opmerkelijke uitkomst is dat iemands functionele geletterdheid al na het veertigste levensjaar significant achteruit gaat. Daarbij is de afname in de functionele geletterdheid bij de 40-49 jarigen in tien jaar tijd bijna even groot als het verschil in functionele geletterdheid tussen middelbaar en hoogopgeleiden. Deze achteruitgang gaat extra hard als iemand enige tijd uit het arbeidsproces is gestapt.

Daar staat tegenover dat men bij het ouder worden op het werk andere vaardigheden benut. Dit wordt weerspiegeld in de door de onderzoekers ontwikkelde maatstaf voor kennisontwikkeling. De kennisontwikkeling blijft positief tot op een leeftijd van ongeveer 58 jaar, maar het neemt wel steeds minder toe met het stijgen van de leeftijd. De ontwikkeling van het kennisniveau van werkenden correspondeert met de loonontwikkeling over de leeftijd. Dit betekent dat het hogere gemiddelde loon van ouderen ten opzichte van jongeren in lijn is met hun hogere productiviteit.

Scholing kan de neerwaartse spiraal voorkomen. Cursusparticipatie remt de kennisafname significant, concluderen de onderzoekers.