Ken- en stuurgetallen

Zakelijke blik is onvermijdelijk in P&O-opleiding

De softe P&O’er die met een kopje thee en een luisterend oor klaar zit voor de werknemer is steeds meer een reliek uit het verleden. Ook op de P&O-opleidingen is de nieuwe zakelijkheid tot in elke module doorgedrongen, zegt Sylvia Bernard, kerndocent van de bachelorsopleiding van ISBW. ‘Je kunt dingen heel zakelijk aanpakken, en toch integer met mensen omgaan.’

Zelf kreeg Bernard in de jaren ’90 ook een stevige bedrijfskundige basis mee op de Saxion Hogeschool in Deventer. Daarna werkte ze in verschillende HR-functies. Die achtergrond helpt haar in haar werk als docent P&O. Net als haar collega docenten doet ze dit werk freelance, zodat de banden met het werkveld sterk blijven. ‘Ik vind het heel belangrijk dat je de trends blijft volgen die in bedrijven aan de gang zijn. Je ziet echt dat de P&O-functies veranderen. Je ziet dat de HR-medewerker – met alle respect, want die medewerkers zijn er nog – verdwijnt. De HR-adviseur gaat veel meer naar het niveau van de business partner. Ze worden alleen nog maar het aanspreekpunt van de lijn, en niet meer van de medewerker in de organisatie. Want dat is de verantwoordelijkheid geworden van de lijnmanager. Daardoor zie je een ontzettende verschuiving ontstaan in het HR-vak.’

In de lijn
De P&O’er die van zijn vak houdt omdat hij of zij zichzelf als een echt mensen-mens ziet, moet wennen aan de nieuwe realiteit. Dat is ook duidelijk in de schoolbankjes van de opleiding van ISBW, die vooral door mensen uit het vak wordt gevolgd. Bernard: ‘Bij ISBW doen we bijvoorbeeld een gezamenlijke module met de bedrijfskunde studenten. Daar zijn de studenten ontzettend enthousiast over, zowel vanuit de bedrijfskunde, als zeker ook vanuit de P&O-kant. Ze zeggen het te herkennen en direct te kunnen toepassen in hun organisatie. Dat is echt geweldig en dat is ook waar je de focus op moet leggen. De P&O’er moet het leuk vinden om met cijfers te werken. Je ziet het vooral in modules als ‘Kwantitatief en Kwalitatief’ die heel erg draaien om ken- en stuurgetallen, meten is weten. Dan zie je de groep P&O’ers die hier nog niets mee hebben in een splitsing uiteen vallen. De één vindt het hartstikke leuk, die ontdekt dit echt en denkt: “Oh wauw, ik wou dat ik hier eerder iets mee gedaan had”. En anderen zeggen: “Maar hier heb ik niet voor gekozen, ik wil alleen maar met mensen werken”. En dan ben ik gewoon heel hard, en wijs ze op de ontwikkelingen in hun organisatie: “Zijn wij als HR nou nog echt met mensen bezig, of ligt dat bij de lijnmanagers? Wat heb jij dan te doen in jouw organisatie?”.’

Stroomversnelling
Bernard vindt dat de veranderingen de laatste jaren in een stroomversnelling zijn geraakt.  ‘Alls je terugkijkt zie je dat het heel snel gaat met de ontwikkelingen. Je hoort nu ook bij veel meer organisaties dat ze bezig zijn met HR in de lijn. Lijnmanagers zijn in toenemende mate zelf bezig met zaken als werving en selectie. Alles is kant en klaar voor die manager; de arbeidsovereenkomst is gestandaardiseerd, ze weten welke functieschaal ze daar aan moeten hangen, ze voeren zelf het gesprek met een kandidaat. Dat is geen verantwoordelijkheid meer vanr HR, die heeft daar geen omkijken meer naar. Daarin zie je echt dat onze functie verandert. Gelukkig zijn wij in opleidingenland daar ook mee aan het schakelen. Als HRM’er moet je op een andere manier naar je functie kijken. Je bent nog steeds iemand van de mensen, maar wel vanuit een strategische kant in de organisatie en met een bedrijfskundige blik. De O gaat voor de P. Want als de organisatie niet gezond is, hebben we de mensen ook niet zo veel meer te bieden.’

Generatiekloof
De splitsing binnen de P&O’ ers is volgens Bernard geen generatiekloof. ‘ Het gaat veel meer om de vraag: “Met welke kant van het vak heb ik te maken en wat vind ik nou interessant?”. Heel veel P&O’ers die met de voeten in de klei staan, zien in dat dit de ontwikkeling is, dat je bezig moet zijn met strategisch personeelsplanning, dat je je ken- en stuurgetallen moet kennen. Dat Je weet hoe het onder andere met de verzuimpercentages zit, en dat je daar sturing op zet. Maar die sturing gaat vanuit de lijn. En als je dat interessant vindt in je vak, dan zit je aan die bedrijfskundige kant. Bij ISBW zien we dat ook terug in de opleidingen, want de markt vraagt daar gewoon om.’

Boos
De P blijft altijd onderdeel van het P&O-vak, verzekert Bernard, maar ook daarbij is een zakelijke blik nodig. Als je het bijvoorbeeld hebt over mensen die niet goed in hun vel zitten omdat ze op de verkeerde plek zitten, dan is dat primair de verantwoordelijkheid van de lijn, maar je bekijkt samen hoe je dit kan oplossen. We laten hem niet meer zitten of  en zetten hem in de bezemkast, want ach, hij haalt zijn pensioen wel. Ik zeg gewoon: “Meneer of mevrouw de lijnmanager, als je dit bespreekbaar maakt zijn ze een week boos op je, maar uiteindelijk zijn ze hartstikke blij dat je ze geholpen hebt. En dat kunnen we keurig netjes, maar ook heel zakelijk afhandelen. En dan kun je nog steeds integer gehandeld hebben.’

Verantwoordelijkheid
Een P&O’er moet leren mensen te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid, vindt Bernard. ‘Je moet nog steeds de inschatting kunnen maken wanneer je echt in moet zetten op integer omgaan met de mensen in de organisatie. Want je hebt daar ook een verantwoordelijkheid in; het is kapitaal, en daar moet je zuinig op zijn en je moet er voor zorgen. Maar mensen moeten wel heel goed beseffen dat ze zelf ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. En niet meer dat er vanuit P&O wordt gezegd: “Ach kan ik wat voor je doen, zullen we nog een gesprekje voeren, kom volgende week nog even langs”. Dat zal ongetwijfeld nog wel ergens gebeuren, maar dat gaat er echt uit. We hebben ook een module Coaching. Daarbij is de insteek dat je mensen vooral moet laten zien dat ze een eigen verantwoordelijkheid hebben. Het is geen pampermodule van “Ach, ach, wat zijn die mensen zielig hé”. Nee, je kijkt of iemand wel of niet in beweging komt. En degene die dat wel doet, die wil echt wat, en die gaan we helpen. Maar niet meer dat oeverloze, van: “We gaan tig gesprekken met u voeren, want u bent zo zielig”.’

Droge stof
P&O’ers zien volgens Bernard in hun dagelijks werk de noodzaak voor een zakelijke benadering van hun vak, en dus ook van hun opleiding. ‘De module Verandermanagement heeft heel erg de bedrijfskundige insteek, en daar zijn studenten heel enthousiast over. Mensen zijn echt bezig met een case, en dan gaat het echt leven. Ze hebben een organisatieprobleem en bekijken hoe ze daar mee om moeten gaan. Vakken die echt draaien om droge stof als ken- en stuurgetallen liggen iets moeilijker. Als mensen er eenmaal mee kunnen werken, vinden ze het heel leuk, want dan snappen ze in een keer het nut ervan. Maar om het ze aan te leren, moeten we ze wel over een drempel heen helpen.’

Werkgever
Enige dwang van de werkgever helpt echter ook wel bij het slechten van de drempel, erkent Bernard. ‘Je ziet veel mensen die in hun functie zijn doorgegroeid, en nu werken op HBO-niveau, zonder dat ze een diploma hebben. Je komt dus steeds meer mensen tegen in de opleiding wiens werkgevers zeggen: “Leuk dat je op HBO-niveau acteert, maar ik wil dat je nu ook dat diploma haalt. En als je dat niet lukt, dan hebben wij een gesprek met elkaar”. Dus je ziet dat werkgevers het belangrijker vinden dat mensen hun diploma’s hebben. Want stel, iemand werkt op een bepaald niveau, en heeft ook het daarbij passende salaris, maar hij komt bij een reorganisatie onder het sociaal plan te vallen. Als je probeert iemand te herplaatsen, dan gaan op eens die diploma’s tellen. Maar werkgevers willen ook dat P&O’ers de theoretische onderbouwing hebben om business partener te zijn: “Ik wil dat je de diepgang krijgt om te begrijpen waar we op strategisch niveau mee bezig zijn”.’