Nieuws

shutterstock_samenwerken management manager vergadering

Zo werkt de nieuwe VAR in 2016

De VAR is voorbij. Sinds 1 mei gaat de belastingtoets voor zzp’ers via de modelovereenkomsten van de Wet DBA. Hoe gaat ‘de nieuwe VAR’ in z’n werk? Vier vragen, vier antwoorden.

Na vele omzwervingen werd begin dit jaar de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA) aangenomen als vervanger voor de VAR-verklaring. In plaats van dat de zzp’er een VAR-verklaring aanvraagt bij de Belastingdienst, zullen opdrachtgevers en zzp’ers samen moeten komen tot een ‘modelovereenkomst.’ In de nieuwe toets leggen zij de overeenkomst voor aan de Belastingdienst, die haar beurt beoordeelt of er sprake is van de verplichting tot loonheffing of niet.
Als er sprake blijkt te zijn van een dienstrelatie waarin de zzp’er eigenlijk neigt naar een werknemer, zijn met de ‘nieuwe VAR’ de financiële risico’s eerlijker verdeeld. Met name de werkgever krijgt meer risico’s te dragen.

Afgelopen najaar publiceerde de Belastingdienst al een klein aantal van die voorbeeldovereenkomsten op haar website, en dit aantal wordt langzaam maar zeker uitgebreid. Andere opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen hier gebruik van maken. Uiteraard zijn niet alle overeenkomsten voor elke organisatie bruikbaar en vraagt het soms om maatwerk. In zo’n geval kunt u zelf een overeenkomst opstellen en aan de fiscus voorleggen. Maar hoe gaat dat in z’n werk? Vier vragen:

1. Wie kan overeenkomsten overleggen?

Belangenorganisaties van opdrachtgevers en van opdrachtnemers, individuele opdrachtgevers of hun intermediairs kunnen overeenkomsten aan de Belastingdienst voorleggen. Dit zijn dan overeenkomsten per brancheorganisatie, belangengroep of onderneming. Het hoeven geen nieuwe overeenkomsten te zijn; het mogen ook overeenkomsten zijn waar opdrachtgevers en opdrachtnemers nu al mee werken.
Ook opdrachtnemers kunnen een overeenkomst voorleggen. Dit heeft alleen zin als de opdrachtnemer deze overeenkomst bij al zijn opdrachtgevers (ook toekomstige) kan gebruiken. Anders kan hij beter gebruikmaken van de voorbeeldovereenkomsten per branche of sector. Dit scheelt in de administratieve lasten van de opdrachtnemer. Daarnaast zegt de beoordeling alleen iets over de loonheffingen en niet over het ondernemerschap van de opdrachtnemer.

Lees ook: Zo wordt u een goede opdrachtgever voor zzp’ers

2. Welke gegevens staan er in?

Als u een overeenkomst naar de fiscus stuurt om te beoordelen, moet u de volgende gegevens meesturen:

  • Naam van de organisatie die de overeenkomst voorlegt.
  • Soort organisatie die de overeenkomst voorlegt, bijvoorbeeld een brancheorganisatie of een intermediair.
  • Gegevens van de contactpersoon van de organisatie die de overeenkomst voorlegt: naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres.
  • Als een opdrachtgever of opdrachtnemer de overeenkomst voorlegt: RSIN/BSN of de overeenkomst voor 1 opdrachtgever of meer opdrachtgevers is bedoeld, een duidelijk en volledig overzicht van alle afspraken.
  • Wat de werkzaamheden zijn en onder welke omstandigheden de opdrachtnemer de werkzaamheden uitvoert.
  • Of de overeenkomst door bemiddeling tot stand is gekomen.
  • Welke specifieke regelgeving of certificeringseisen gelden. U kunt deze gegevens in de overeenkomst of in de begeleidende e-mail vermelden.
  • Als voor de overeenkomst richtlijnen of algemene voorwaarden gelden, moet u deze meesturen.

3. Hoe kunt u de overeenkomsten toesturen?

Mail het verzoek om beoordeling van een overeenkomst naar: alternatiefvar@belastingdienst.nl. Dit geldt zowel voor overeenkomsten voor brancheorganisaties of belangengroepen, als voor eigen overeenkomsten. Is het verzoek compleet, dan probeert de fiscus de overeenkomst binnen zes weken te beoordelen. Het gebruik van modelcontracten is niet verplicht, maar geeft wel meer zekerheid hoe opdrachtgever en -nemer ervoor staan wat betreft het betalen van loonheffingen.

4. Waar worden de modelovereenkomsten op getoetst?

In maart publiceerde de Belastingdienst een handreiking (>PW De Gids) met informatie over de manier waarop modelovereenkomsten zullen worden getoetst: op de mate van gezagsverhouding, het verrichten van persoonlijke arbeid, de de beoordeling tot het verplichten om loon te betalen, ook wijdt de fiscus in dat document een deel aan het beoordelen van fictieve dienstbetrekkingen en de gageregeling.

En nu de praktijk. Hoe zet u als HRM’er een goed beleid op om het inhuren van zelftstandigen via de nieuwe VAR, de Wet DBA te stroomlijnen? Het beste wat u als opdrachtgever op dit moment kunt doen is uw interne procedure met betrekking tot het inhuren van zzp’ers eens goed onder de loep te nemen, stelde wetgevingsadviseur Dik van Leeuwerden eerder op Over Personeelsplanning. Wie gaat daarover? HR, inkoop? En de collega’s die freelancers praktisch inhuren, weten zij welke modelovereenkomst uw organisatie hanteert en welke voorwaarden daarbij horen? Overeenstemming over dit soort zaken is belangrijk: zo handelt iedereen op dezelfde manier en worden fouten – of fictieve dienstbetrekkingen – voorkomen. Lees meer tips in het artikel Zo werkt HR met de nieuwe VAR. (Bron: Over Salarisadministratie / Redactie)

TIP: Op de hoogte blijven van het nieuws rondom de Wet DBA? Schrijf u nu in voor de nieuwsbrief