Verdieping

Zonder dialoog geen duurzame inzetbaarheid

Dat het belangrijk is dat werknemers duurzaam inzetbaar worden, weten werkgevers nu wel. Maar waarom doen ze zo weinig om dit ook daadwerkelijk in gang te zetten?

Aan aandacht voor duurzame inzetbaarheid van werkgevers ontbreekt het volgens Bert Bloem van Meurs HRM niet. Hij ziet een duidelijke omslag in de manier waarop over duurzame inzetbaarheid wordt gedacht. Waar het vroeger vaak beperkt bleef tot focus op de fysieke gezondheid – het bannen van de kroket uit de kantine en het aanbieden van een abonnement op de sportschool – willen werkgevers nu ook weten hoe medewerkers mentaal fit kunnen blijven.
Aan gerichte actie ontbreekt het volgens Bloem nog wel. “Er wordt vanuit het HRM-vakgebied en de arbo-invalshoek veel gepraat over duurzame inzetbaarheid. Er zijn publicaties, congressen, het staat op de agenda van or’s. Als ik in de praktijk kijk dan gebeurt er nog te weinig. Duurzaam inzetbaar betekent dat je mensen meer verantwoordelijkheid geeft voor de eigen inzet, inzetbaarheid, prestaties en ontwikkeling. Mensen laat nadenken over wat doe ik over tien, twintig, dertig jaar?”

De crisis speelt een belangrijke rol in hoe er wordt gekeken naar duurzame inzetbaarheid, zegt Willem van Rhenen, chief medical officer bij 365/Arboned. “Door de economische recessie is duurzaamheid voor werkgevers er vooral op gericht om te overleven. Veel focus wordt gelegd op de vraag: ‘Hoe houd ik mijn mensen goed aan de gang?’ Voor werknemers is er vooral veel gedoe op de werkvloer: onzekerheid over de eigen baan, afscheid van collega’s, hogere werkdruk. De vraag is hoe je de boel draaiende houdt, en dat doet een ander appèl op arbodiensten dan een paar jaar geleden. Dat betekent niet dat we een stap terug doen met duurzame inzetbaarheid, we nemen alleen een andersoortige stap. Het draait om de vraag: ‘Wat is nou effectief re-integreren en hoe voorkomen we uitval?’ De crisis maakt het noodzakelijk om mensen inzetbaar te houden, want elke uitval is een extra kostenpost.”

Concrete afspraken
Hans van der Steen, directeur Arbeidsvoorwaarden bij werkgeversvereniging AWVN, merkt al evenmin dat de crisis de belangstelling voor het onderwerp heeft verminderd. “In bijna tachtig procent van de cao’s die bedrijven hebben afgesloten, zijn afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid. We zien een stijgende lijn. Er staan meer afspraken in en ze zijn steeds veelomvattender. Gingen ze vroeger over het feit dat er onderzoek moest komen naar de mogelijkheden, nu worden er concrete afspraken gemaakt.”
Hoewel het aan de meeste cao-tafels dus een belangrijk onderwerp is, zit het geheim van succes in een directe dialoog tussen leidinggevende en individuele werknemer. De AWVN gaat uit van de zogeheten vitaliteitsdriehoek die bestaat uit betekenisvol werk, in staat zijn om de werkzaamheden uit te voeren, en het behouden en stimuleren van gezondheid. “We moeten constant in gesprek zijn over vitaliteit. Bij de bedrijven waarvan wij geloven dat ze verder zijn met duurzame inzetbaarheid, zie je altijd dat die interne dialoog al goed op gang is.”

Ook Bloem wijst op de noodzaak om met elkaar in gesprek te treden. Niet alleen als leidinggevende en werknemer, maar ook als medewerkers onderling. Het gaat om een permanente dialoog met als kern bewustwording: ‘wat is mijn werk en hoe doe ik dat?’ Je moet mensen waar mogelijk meer zelf regie over hun eigen werk geven. Het faciliteren hiervan is een belangrijke taak van het management. Je hoort vaak dat mensen een bepaald niveau moeten hebben om autonomie in hun werk aan te kunnen. Daar geloof ik niet in, dit is voor iedereen weggelegd, elk op zijn eigen niveau. Hierin moet je mensen als gelijkwaardig en niet alleen als gelijk benaderen.”