Nieuws

Groei

Gemeenten ontgroeien SPP-beginfase

Slechts een derde van de gemeenten is actief aan de slag met SPP. Maar degenen die er aan werken, lijken het beginstadium te ontgroeien.

Al drie jaar zit de arbeidsmarkt bij gemeenten op slot. Er heerst al praktisch drie jaar een vacaturestop en door alle economische onzekerheid bleef het personeel de afgelopen jaren zitten waar het zat. Tel daarbij alle decentralisaties en vergrijzing bij op, en toch is slechts een derde van de gemeenten actief bezig met strategische personeelsplanning (SPP), zo concludeert Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Gemeenten in hun nieuwe Personeelsmonitor 2014. Maar degenen die er mee bezig zijn, lijken het beginstadium te ontgroeien.
Bij zo’n 16 procent van de gemeenten staat SPP helemaal niet op de agenda. Bijna de helft van de gemeenten zit in de voorbereidende fase: 40 procent heeft plannen om met SPP aan de slag te gaan, en 8 procent van de gemeenten heeft daadwerkelijk beleid klaarliggen. 36 procent van de gemeenten heeft echt de daad bij het woord gevoegd: bij 18 procent wordt SPP uitgevoerd, al zijn er nog geen resultaten bekend. Een even groot aandeel is al bezig met SPP en kan de organisatie zelfs al resultaten laten zien.

Lees ook: 6 overzichtelijke stappen naar strategische personeelsplanning

SPP: gemeenten ontgroeien beginstadium
Niet alle gemeenten die bezig zijn met SPP bevinden zich in dezelfde fase, maar het lijkt erop dat steeds meer organisaties het beginstadium aan het afronden zijn. Waar in 2013 nog 27 procent van de gemeenten bezig was met de analyse van het huidige medewerkersbestand (fase 2), was dat in 2014 nog 17 procent. Steeds meer organisaties nemen vervolgens de stap naar het in beeld brengen van welke medewerkers ze in de toekomst nodig hebben (stap 3): dat percentage stijgt licht van 19 procent in 2013 naar 22 een jaar later. Maar de meeste gemeenten komen relatief gezien toch terecht in fase 4, waarin zij analyseren wat het verschil is tussen de huidige bezetting en de toekomstige behoefte in personeel: dat stijgt van 13 naar 19 procent in 2014.
Het aantal gemeenten in dat al actie kan ondernemen op alle personeelsanalyses, is aardig groot, maar stijgt relatief mild. Het aandeel gemeenten dat daadwerkelijk HR-instrumenten gebruikt om medewerkers op de juiste plek te krijgen (fase 5), gaat van van 25 naar 29 procent in 2014. De evaluatie van de strategische personeelsplanning is voor veel gemeenten al helemaal toekomstmuziek: dat deed slechts 3 procent. Voor veel organisaties neemt de stap naar uitvoering voorlopig genoeg tijd in beslag.

Obstakel: toekomstige personeelsbehoefte omschrijven
Zoals bij elke organisatie die met SPP aan de slag gaat, gaat dat bij gemeenten ook niet zonder slag of stoot. De Personeelsmonitor 2014 geeft de belangrijkste barrières weer die de SPP-actieve gemeenten tegenkomen bij het uitrollen van SPP. Ze lopen vooral aan tegen het gebrek aan inzicht in wat de organisatie nodig heeft aan personeel. Daarnaast is tijdgebrek en te weinig capaciteit op de afdeling een barrière om dit strategische project goed op te pakken. Verder wordt het ‘SPP-en’ vooral bemoeilijkt door onduidelijkheid van de aanwezige kwaliteit, vinden gemeenten het lastig om de focus te houden en worden projectgroepen gedwarsboomd door bezuinigingen.

SPP levert vooral inzicht in kwaliteit op
De selecte groep gemeenten die alle hordes heeft genomen en de eerste resultaten kan laten zien, geeft een mooi overzicht van wat de SPP de organisatie heeft gebracht. Op nummer een staat het inzicht in kwaliteit, gevolgd door een stukje bewustwording in de organisatie. Daarnaast levert het de gemeenten de nodige mobiliteit in, wat de door de vergrijzing van hun personeelsbestand vaak wel kunnen gebruiken. Ten slotte brengt SPP de competenties van medewerkers in kaart, en zijn de resultaten basis voor een goede dialoog.

TIP: Nog niet begonnen met SPP? Kom naar de Praktijkdag Strategische Personeelplanning op 13 oktober.