Verdieping

Trotse medewerker blijft langer

Medewerkers van de Best Workplaces ervaren een groter gevoel van trots dan vorig jaar (+2). Dat blijkt uit het Best Workplaces onderzoek 2014 van Great Place to Work Nederland. Hieraan deden ruim 25.000 respondenten mee, verdeeld over 112 organisaties.

Trots
De scores van de Best Workplaces 2014 op de dimensie Trots laten een stijgende lijn zien; van 83 procent in 2013 naar 85 procent dit jaar. Hun medewerkers ervaren een groter gevoel van trots als ze kijken naar wat zij hebben bereikt (85 procent), een stijging van +4 ten opzichte van 2013 en de hoogste score sinds vier jaar. 85 procent van de respondenten wil nog een lange tijd bij de organisatie blijven werken. Dit percentage lag vorig jaar 3 punten lager.
Opvallend is dat het gevoel van trots ook onder medewerkers bij organisaties die niet op de lijst staan, is gestegen. De achterstand qua score op de Best Workplaces is desondanks nog steeds groot. De organisaties die de lijst niet hebben gehaald scoren respectievelijk 64 procent en 70 procent op de stellingen. Dit is een kloof van 21 procent en 15 procent. Deze kloof is wel kleiner geworden ten opzichte van vorig jaar, in 2013 was het verschil namelijk 24 procent en 18 procent.

Geloofwaardig
Op de lijst van Best Workplaces 2014 is de score op de dimensie Geloofwaardigheid gestegen naar 80 procent. Van de medewerkers van deze organisaties vindt 73 procent dat het management zijn verwachtingen duidelijk kenbaar maakt, ten opzichte van 69 procent in 2013. Daarnaast vindt drie kwart dat het management een duidelijk beeld heeft van waar de organisatie naartoe gaat en hoe daar te komen, eveneens een stijging (van +4) ten opzichte van vorig jaar. Bij organisaties die de lijst van Best Workplaces 2014 niet hebben gehaald, is de trend omgekeerd. Hun medewerkers beoordelen bovenstaande aspecten respectievelijk 30 procent en 29 procent lager. Daarmee is de aanzienlijke kloof in geloofwaardigheid tussen de Best Workplaces en organisaties die niet op de lijst staan, nog groter geworden. In 2013 scoorden de organisaties die de lijst niet hadden gehaald namelijk respectievelijk 25 procent en 24 procent lager.

Visie
Erik van Riet, CEO van Great Place to Work: Na jaren van onzekerheid en een grotere terughoudendheid in de communicatie over de koers van de organisaties, zien we dat er, onder een voorzichtige groei, ook weer meer zicht op de toekomst komt. Het management is weer gericht op een visie voor de toekomst, de afgelopen jaren stonden meer in het teken van overleven.” Van Riet vervolgt: “Deze visie wordt ook helderder gecommuniceerd. Wij zien dat veel organisaties een nieuwe visie en kernwaarden hebben opgesteld. De bestaande kernwaarden pasten door de veranderingen van de afgelopen jaren vaak niet meer bij de organisatie. Opvallend is dat de meeste organisaties de medewerkers hierbij intensief hebben betrokken. Kernwaarden worden daardoor niet meer van bovenaf opgelegd maar breed gedragen door alle lagen van de organisatie.”

Eerlijk
97 procent van de medewerkers vindt dat mensen in hun organisatie eerlijk worden behandeld, onafhankelijk van etnische herkomst en/of geloofsovertuiging (organisaties die de lijst niet gehaald hebben, scoren hierop 92 procent) en/of seksuele geaardheid (organisaties die de lijst niet gehaald hebben, scoren hierop 93 procent). Maar die eerlijkheid vertaalt zich niet altijd naar respect voor de medewerkers.  Respect scoort als enige dimensie nog onder de 80 procent. Er is bovendien een opvallende daling te zien op de stelling ‘Onze faciliteiten dragen bij aan een goede werkomgeving’, in 2013 scoorden de Best Workplaces hierop 83 procent, dit jaar is de score gedaald naar 79 procent. Het is de laagste score sinds vier jaar.
De ondervraagde werknemers zijn er ook niet van overtuigd dat ze eerlijk delen in de opbrengst van hun inspanningen.  Slechts 58 procent van de medewerkers heeft het gevoel eerlijk te delen in de gerealiseerde winst (organisaties die de lijst niet gehaald hebben, scoren hierop 37 procent).